Hoewel de hond van nature uit een dier is dat zijn eigen nest niet bevuild, blijkt onzindelijkheid bij honden een veel voorkomend probleem te zijn. Geregeld komen eigenaars op consultatie bij een veearts omdat hun hond niet op de aangewezen plaats zijn behoefte doet. Bij de behandeling van die gevallen van onzindelijkheid kun je vijf verschillende vormen onderscheiden:
– Jonge honden die nog niet geleerd hebben in huis proper te zijn.
– Honden die reeds geruime tijd zindelijk zijn, maar plots hun behoefte weer binnen doen.
– Volwassen honden die “ Het “ nog steeds binnen doen.
– Honden die thuis proper zijn, maar die het op vreemde plaatsen niet zijn.
– Honden die het nooit op vreemde plaatsen doen, maar zodra ze terug thuis zijn, dadelijk hun behoeftes doen in huis.

We zullen het hier uitgebreid hebben over de eerste vorm, namelijk het aanleren van zindelijkheid bij een jonge hond, aangezien dit het meest voorkomende probleem is.

Zindelijkheid kan elke puppy leren:

Het probleem waar elke hondeneigenaar vroeg of laat mee geconfronteerd wordt, is het zindelijk maken van een puppy. Als we rekening houden met de natuurlijke geaardheid van een hond hoeft dat helemaal niet zo ‘n grote klus te zijn. Een puppy heeft vanaf zijn geboorte geleerd om het NIET in zijn eigen nest te doen. De eerste weken na de geboorte likt de moeder de uitwerpselen van de jonge puppy zorgvuldig op en vanaf het ogenblik dat de puppy zich zelfstandig kan voortbewegen, heeft de moeder hem geleerd om zijn behoeftes buiten het nest te doen. Bij aankoop op 7/8 weken kun je dus stellen dat de puppy reeds geleerd heeft om het NIET in zijn nest te doen. Tenminste …als de puppy bij de kweker daarvoor voldoende ruimte had. Als de puppy slechts over een klein nest, zonder uitloop, beschikt dan is hij bij aankoop reeds gewoon om “Het” in zijn eigen nest te doen. Bij aankomst in een nieuwe woning laten we de puppy even kennismaken met het huis en het gezin en brengen we hem naar de plaats waar wij wensen dat hij in de toekomst het doet. Om de puppy duidelijk te maken dat die plek ideaal is om zijn behoeftes te doen, kun je daar een hoopje van ZIJN EIGEN uitwerpselen, meegebracht van de kweker neerleggen. Een hond herkent zijn eigen geur en is geneigd om het daar te doen waar hij zijn eigen geur herkent. Om de hond duidelijk te maken wat je van hem verlangt, moet je rekening houden met drie belangrijke regels.
Telkens als de hond zich ontlast op de aangewezen plaats, moet je hem belonen.
Kun je door omstandigheden de hond niet in het oog houden binnenshuis of moet je even weg, laat de puppy dan niet de vrije ruimte, maar plaats hem in een kleine ruimte. Hoe kleiner de ruimte, hoe meer de puppy het als het zijn nest beschouwt en hoe meer hij probeert zijn ontlasting op te houden. Geef hem wel voor het vertrek en dadelijk bij aankomst de kans om zich op de geschikte plaats te ontlasten. Let op! Een puppy moet overdag om de 45-60 minuten de kans krijgen om een plasje te doen. Op ogenblikken dat de puppy zijn uitwerpselen deponeert op een plaats waar hij dat niet mag, moet je hem dat duidelijk maken. In plaats van de hond hardhandig te straffen is het veel beter om hem, nadat hij een standje gekregen heeft, te vergezellen naar de plaats waar hij wel mag en hem te belonen als hij het daar doet.

Oefening baart kunst

Omdat de meeste eigenaars er baat bij hebben dat het ontlastingsgedrag van hun hond voorspelbaar verloopt, kun je de volgende tips gebruiken: Leer je hond een signaal geven waarmee hij duidelijk maakt dat hij zo nodig moet. De meeste honden worden onrustig net voor ze zich ontlasten. Merk je dat onrustige gedrag op, spoor hem dan aan tot een bepaald, voor jou herkenbaar gedrag; bijvoorbeeld blaffen aan de deur en geef hem dan dadelijk de kans om zich buiten te ontlasten, waarvoor je hem dan beloont. Maak geen gebruik van de krantenmethode. Menige hond die als puppy geleerd werd om zijn behoeftes op een krant te doen, blijft zijn hele leven de gewoonte hebben om het binnen te doen, zelfs als er geen kranten meer op de vloer liggen. Leer de hond zijn behoeftes doen op bevel. Als je in het begin, wanneer de puppy zich op de goede plaats ontlast, steeds hetzelfde woord herhaalt dan zal de hond vlug het verband zien. Als je daarna op een willekeurig moment en op een vreemde plaats dat bevel herhaalt, maak je veel kans dat de hond begrijpt wat je van hem verwacht. Observeer het natuurlijke ontlastingsgedrag van je hond. Al vlug zal je daarin een vast patroon ontdekken. De meeste honden ontlasten zich op vrijwel dezelfde tijdstippen van de dag of gecombineerd met bepaalde stimuli; bijvoorbeeld na eten of drinken. Hou tijdens de periode van zindelijkheidstraining rekening met de individuele aanleg van elke puppy. Zodra hij proper is, kun je geleidelijk zijn ontlastingspatroon veranderen.

Voorkomen is beter dan genezen

In het begin is het nodig dat een puppy zo vlug mogelijk zindelijk gemaakt wordt. Stel dat zeker nooit uit tot een latere datum. Een hond is immers een gewoontedier. Als een verkeerd gedrag een gewoonte geworden is, zal het nog moeizaam, en in sommige gevallen alleen met professionele hulp, veranderd kunnen worden. Het is daarom van groot belang dat wie van plan is een hond aan te schaffen zich ook de vraag stelt of hij over de nodige tijd beschikt om de puppy gedurende de eerste weken nooit langer dan een paar uur alleen te laten. Het is niet verwonderlijk dat een hond op volwassen leeftijd nog steeds onzindelijk is, als hij als puppy gedurende werkdagen 6 tot 8 uren alleen gelaten werd.

Tips:

Bij het zindelijk maken van een puppy moet je volgende regels in acht nemen:

– Een hond kan wel leren om zijn behoeftes op te houden, maar dat is niet onbeperkt. Een jonge puppy doet 5 tot 6 keer per dag een hoopje, terwijl een oudere hond voldoende heeft aan 2 tot 3 keer per dag.
– De meeste honden hebben de neiging om zich te ontlasten kort na het ontwaken. Dit is niet alleen ‘s morgens, maar ook na een slaapperiode overdag.
– Gewoonlijk voelen de meeste honden, binnen een half uur na het eten, een drang tot ontlasting. Puppy’s moeten na elke maaltijd de kans krijgen om een hoopje te doen.
– Volwassen honden willen 20 minuten na een grote drinkbeurt een plasje maken. Geef ze dus drinken voor je gaat wandelen. Puppy’ s plassen meestal dadelijk na hun drinkbeurt.
– Als een hond die normaal zindelijk is, plots opnieuw onzindelijk wordt, kan dat een aanwijzing zijn dat er fysiek iets niet in orde is met het dier. Bij diarree of verhoogde plasfrequentie kun je beter eerst een bezoekje brengen aan de dierenarts vooraleer je tot straffen of berispen overgaat.
– Een hond straffen heeft alleen zin als je hem op heterdaad betrapt. Hem straffen voor een gedrag dat reeds eerder gebeurd is, kan men terecht als dierenmishandeling beschouwen. Een hond weet dan immers niet meer waarom je hem straft.
– Een hond met zijn neus in zijn eigen uitwerpselen wrijven is dierenkwelling en heeft als enig resultaat dat de hond bang of agressief wordt.

Straf gebruiken om de hond proper te maken, heeft ook nog een ander nadeel. Als je hem NIET elke keer op heterdaad betrapt, leer je de hond alleen maar om het niet te doen als je in de buurt bent. Dat garandeert echter niet dat hij het niet ‘s nachts doet, of als je niet in zijn buurt bent. Hij heeft immers ondervonden dat hij op die manier aan de straf kan ontsnappen. Een ander nadeel kan trouwens zijn dat de hond niet meer durft te ontlasten terwijl je in zijn buurt bent. Hij zal zich bijgevolg ook buiten, zelfs tijdens een wandeling, niet meer durven ontlasten.

Een hond is een gewoontedier. Als je hem elke dag op hetzelfde uur zijn voer en drinken geeft en de daarbij horende ontlastingsmogelijkheid, dan wordt dat vlug een gewoonte. Op puppyleeftijd moet je ook in het weekend en op de vakantiedagen die gewoonte aanhouden.
Loopse teven en volwassen reuen plassen vaak en in kleine plasjes. Dat dient voornamelijk als geurafzetting.