Tips

Opvoeding

Als je probeert je hond op te voeden en daarover informatie zoekt, kom je in een heksenketel terecht.

Er zijn honderden manieren om een hond op te voeden. Zoals over kinderopvoeding heeft iedereen zijn eigen methode en is het onmogelijk om één en dezelfde methode te gebruiken voor alle kinderen. Omdat honden, net zoals kinderen, allemaal aparte individuen zijn kan je moeilijk van één voor iedereen passende opvoedingsmethode spreken. Sommige mensen adviseren eerder ruwe en pijnlijke opvoedingsmethodes terwijl anderen zweren bij methodes die vrij zijn van elke vorm van dwang of discipline. De ene hondentrainer zweert bij een nylon halsband terwijl een andere alleen het gebruik van een halsketting adviseert. Het ene boek heeft het over het gebruik van een 2-meter lange leiband terwijl in een ander boek een leiband van nauwelijks 50 cm vermeld wordt als ideaal. Voor eigenaars die nog nooit zelf een hond opgevoed hebben komt dit vrij verwarrend over. Nochtans mag deze tegenstrijdige informatie niemand ervan weerhouden om zijn hond enige vorm van gehoorzaamheid bij te brengen. De meest elementaire vorm van gehoorzaamheid die elke hond moet kennen is:
- “Volgzaam zijn“ aan de leiband,
- “Zitten“ en “Liggen“ op bevel,
- “Blijven“ of “Wacht“,
- “Terugkomen“ als de baas hem roept.

De hond deze bevelen aanleren kost inspanning en geduld. Om het zowel voor de hond als voor de baas gemakkelijker te maken zijn hier een paar tips die bij alle opvoedingsmethodes van toepassing zijn.
Zorg dat je consequent bent

Je hoort wel eens vertellen dat wat je een hond eens toelaat, je hem altijd moet toelaten. Ten dele is dat zeker waar. Als roedeldier is een hond een ideale persoonlijkheid om zich aan andere gezinsleden aan te passen en hen te gehoorzamen. Honden willen mensen een plezier doen, maar je moet de hond wel duidelijk maken wat je van hem verlangt. Als je bijvoorbeeld een hond toelaat om tegen je aan te springen (omdat je toevallig een jogging aanhebt) dan begrijpt hij niet waarom hij je niet op dezelfde enthousiaste manier mag begroeten als je in je beste pak gekleed loopt. Als je vandaag de hond met het bevel “Af“ duidelijk maakt dat hij niet mag opspringen dan weet hij niet wat je bedoelt met het woord “Af“ als hij in de sofa ligt. Een ander voorbeeld van inconsequent gedrag van de eigenaars is het volgende. De hond wordt verondersteld in de keuken te overnachten. Als de hond tijdens een nachtelijk onweer echter zijn onzekerheid verduidelijkt door langdurig te blaffen, dan zijn een aantal eigenaars geneigd om dit blaffen op te lossen door de hond in de slaapkamer toe te laten en ja, misschien zelfs wel op het bed te laten slapen. Als je dit doet moet je niet verwonderd zijn dat de hond de volgende nacht ook op het bed wil en vanuit de keuken blaft om zijn ongenoegen duidelijk te maken. Bij een aantal honden die ondervinden dat hun bazen niet altijd consequent zijn kan je merken dat de hond zich meer en meer verzet en in meerdere situaties agressief of bazig reageert als uiting van onmacht. Om deze honden beter te begrijpen kan je, je de volgende mensensituatie inbeelden. Stel, je werkt voor een baas. Plots krijg je maandelijks, zonder dat je het zelf gevraagd hebt, een aanzienlijk groter bedrag op je bankrekening. Er is niets in je werksituatie veranderd dat daarvoor enige aanleiding zou kunnen geven. Stel je voor welk een desillusie en ongenoegen je ervaart als na een paar maanden blijkt dat je wedde terugvalt op je vroegere bedrag.

Wees duidelijk in je bevelen

Als je met een hond omgaat moet je duidelijk voor ogen houden dat een hond een dier is dat geen Nederlands verstaat. Woorden en hun betekenis kan de hond alleen maar leren als dit woord telkens dezelfde betekenis heeft. Vele eigenaars maken de fout dat ze voor éénzelfde begrip meerdere woorden gebruiken. Als je de hond wilt laten zitten kan je verschillende woorden gebruiken: “Zit“, “Zit neer“, “Ga zitten“, “Zit schoon“, “Mooi zitten“, “Ga eens zitten“, “Ga eens mooi zitten“, “Zit mooi“, enz.. Waar de meeste eigenaars echter niet bij stilstaan is dat dit voor een hond allemaal andere begrippen zijn. Hij kan wel leren wat “Zit“ betekent, maar weet totaal niet wat er bedoeld wordt wanneer de baas hem plots aankijkt en zegt: “GA NU EENS MOOI ZITTEN “ Veel eigenaars reageren dan alsof de hond ongehoorzaam is. Ze worden zelf zenuwachtig of straffen de hond. Als we de situatie echter vanuit het standpunt van de hond bekijken dan is het duidelijk dat zo een reactie niet nodig is. De hond begrijpt eenvoudig niet wat je van hem verlangt. Een gelijkaardig misverstand kan opduiken als meerdere gezinsleden met de hond omgaan. Als je binnen het gezin geen standaardbevelen afspreekt, dan kan je merken dat iedereen een ander bevel gebruikt voor hetzelfde begrip. Om de hond duidelijk te maken dat hij moet liggen gebruikt vader misschien het woord “Af“, de moeder zegt “Liggen“ en de tienerzoon geeft de hond het bevel “Down“. Hier is duidelijk dat de hond onmogelijk gehoorzaam kan zijn. Hij verstaat niet wat er van hem gevraagd wordt.

Een bevel klinkt als een bevel

Omdat honden niet altijd begrijpen wat je bedoelt met een bepaald woord hebben ze de gewoonte de toon waarop iets gezegd wordt nauwkeurig te beluisteren. In vele gevallen is de toonhoogte even belangrijk als datgene wat je zegt. Als hondeneigenaar kan je hetzelfde woord op verschillende manieren uitspreken: vragend, smekend, dwingend, vermanend, straffend, belonend, bevelend, opgewekt, enz.. De toonhoogte waarop je het woord uitspreekt geeft de hond meer informatie over wat je van hem verlangt. Bij het horen van een hoge toon heeft de hond de neiging om actief te worden. Wil je hem bijvoorbeeld naar je toe laten komen dan kan je dit best doen op een opgewekte manier en de woorden uitspreken op een hoge toon. Lage tonen interpreteert een hond al vlug als straf. Als je bijvoorbeeld “BRAAF” zegt op een lage toon, met een gerekte aa. dan kan het zijn dat de hond denkt dat je zijn handeling afkeurt en boos op hem bent. Je hond belonen kan je best doen door de toonhoogte waarop het woord gezegd wordt te verhogen.
NB:
Een hond hoort van op veel grotere afstand dan mensen. Hij hoort ook hoge tonen die mensen niet horen. Je kan dus gerust stellen dat honden veel beter horen dan mensen. Waarom schreeuwen zoveel eigenaars dan tegen hun hond? Bedenk dat honden (en mensen) schreeuwen interpreteren als teken van onmacht.
Hoed u voor geschreeuw !
Herhaal geen bevelen
Als je hond niet gehoorzaamt ben je als mens geneigd om je woorden te herhalen. Voor honden is dat geen oplossing. Een hond die gewoon is aan een baas die bevelen drie keer herhaalt, zal bij het eenmalig horen van een bevel nooit gehoorzamen. Hij denkt immers dat het bevel uit drie delen bestaat en wacht af tot hij drie keer hetzelfde woord gehoord heeft vooraleer te reageren. Meestal raak je als mens door deze ongehoorzaamheid zodanig opgewonden dat het ook de hond opvalt en hij komt onder de indruk. Een volgende keer zal hij zeker ook weer wachten tot je dezelfde opgewondenheid toont vooraleer hij doet wat je van hem vraagt. Zo beland je onvermijdelijk in een straatje zonder einde. Je moet steeds bedenken dat een hond die een bevel niet begrijpt ook niet zal doen wat je verlangt als je het bevel herhaalt.
Geef alleen bevelen als je ervoor kan zorgen dat ze uitgevoerd worden

Door van de hond gehoorzaamheid te vragen als je een bevel geeft, maak je duidelijk dat je de baas bent of tenminste dat je het wilt worden. Je moet er bijgevolg op toezien dat je bevel ook consequent uitgevoerd wordt. Als baas geef je niet zomaar bevelen. Je verplicht de ander om dit bevel uit te voeren. Het ergste wat je kan overkomen is dat je hond dit bevel negeert en jezelf onmogelijk in staat bent om hem dit bevel te doen uitvoeren. Het enige wat je daarmee je hond duidelijk maakt is dat hij ongehoorzaam mag zijn. Als je hond bijvoorbeeld in een park stoeit met andere honden, daarbij geen leiband aanheeft, niet gegarandeerd op je bevel “Kom hier” reageert en je onmogelijk zelf achter hem aan kan lopen omdat hij alleen maar verder wegloopt,dan geef je hem best geen bevel of je gebruikt een ander woord. Geef de hond NOOIT de indruk dat hij zich aan je leiderschap kan onttrekken.

Een naam is niet zomaar een woord

De meeste huishonden hebben een eigen naam. De hond kent hiervan niet altijd de echte betekenis. Hij weet niet dat het zijn naam is. Hij heeft echter wel gemerkt dat het ergens iets met hem te maken heeft. Wanneer je bijgevolg zijn naam uitspreekt dan luistert hij aandachtig. Zijn naam kan je dan ook als aandachtstrekker gebruiken. Zorg ervoor dat elk bevel voorafgegaan wordt door de naam van de hond. Alleen maar op deze manier kan je met enige zekerheid verwachten dat hij het bevel ook gehoord heeft. Je moet je er echter wel voor hoeden om tijdens gesprekken zijn naam te noemen. Sommige eigenaars vertellen over de hond en vernoemen dan zijn naam. Na een tijdje ziet de hond het verband niet meer tussen zichzelf en zijn naam en reageert dan ook niet meer als zijn naam uitgesproken wordt.

 

Diro Dilsen

Diro Dilsen

Zindelijkheid

Hoewel de hond van nature uit een dier is dat zijn eigen nest niet bevuild, blijkt onzindelijkheid bij honden een veel voorkomend probleem te zijn. Geregeld komen eigenaars op consultatie bij een veearts omdat hun hond niet op de aangewezen plaats zijn behoefte doet. Bij de behandeling van die gevallen van onzindelijkheid kun je vijf verschillende vormen onderscheiden:
- Jonge honden die nog niet geleerd hebben in huis proper te zijn.
- Honden die reeds geruime tijd zindelijk zijn, maar plots hun behoefte weer binnen doen.
- Volwassen honden die “ Het “ nog steeds binnen doen.
- Honden die thuis proper zijn, maar die het op vreemde plaatsen niet zijn.
- Honden die het nooit op vreemde plaatsen doen, maar zodra ze terug thuis zijn, dadelijk hun behoeftes doen in huis.

We zullen het hier uitgebreid hebben over de eerste vorm, namelijk het aanleren van zindelijkheid bij een jonge hond, aangezien dit het meest voorkomende probleem is.

Zindelijkheid kan elke puppy leren

Het probleem waar elke hondeneigenaar vroeg of laat mee geconfronteerd wordt, is het zindelijk maken van een puppy. Als we rekening houden met de natuurlijke geaardheid van een hond hoeft dat helemaal niet zo ‘n grote klus te zijn. Een puppy heeft vanaf zijn geboorte geleerd om het NIET in zijn eigen nest te doen. De eerste weken na de geboorte likt de moeder de uitwerpselen van de jonge puppy zorgvuldig op en vanaf het ogenblik dat de puppy zich zelfstandig kan voortbewegen, heeft de moeder hem geleerd om zijn behoeftes buiten het nest te doen. Bij aankoop op 7/8 weken kun je dus stellen dat de puppy reeds geleerd heeft om het NIET in zijn nest te doen. Tenminste …als de puppy bij de kweker daarvoor voldoende ruimte had. Als de puppy slechts over een klein nest, zonder uitloop, beschikt dan is hij bij aankoop reeds gewoon om “Het” in zijn eigen nest te doen. Bij aankomst in een nieuwe woning laten we de puppy even kennismaken met het huis en het gezin en brengen we hem naar de plaats waar wij wensen dat hij in de toekomst het doet. Om de puppy duidelijk te maken dat die plek ideaal is om zijn behoeftes te doen, kun je daar een hoopje van ZIJN EIGEN uitwerpselen, meegebracht van de kweker neerleggen. Een hond herkent zijn eigen geur en is geneigd om het daar te doen waar hij zijn eigen geur herkent. Om de hond duidelijk te maken wat je van hem verlangt, moet je rekening houden met drie belangrijke regels.
Telkens als de hond zich ontlast op de aangewezen plaats, moet je hem belonen.
Kun je door omstandigheden de hond niet in het oog houden binnenshuis of moet je even weg, laat de puppy dan niet de vrije ruimte, maar plaats hem in een kleine ruimte. Hoe kleiner de ruimte, hoe meer de puppy het als het zijn nest beschouwt en hoe meer hij probeert zijn ontlasting op te houden. Geef hem wel voor het vertrek en dadelijk bij aankomst de kans om zich op de geschikte plaats te ontlasten. Let op! Een puppy moet overdag om de 45-60 minuten de kans krijgen om een plasje te doen. Op ogenblikken dat de puppy zijn uitwerpselen deponeert op een plaats waar hij dat niet mag, moet je hem dat duidelijk maken. In plaats van de hond hardhandig te straffen is het veel beter om hem, nadat hij een standje gekregen heeft, te vergezellen naar de plaats waar hij wel mag en hem te belonen als hij het daar doet.

Oefening baart kunst

Omdat de meeste eigenaars er baat bij hebben dat het ontlastingsgedrag van hun hond voorspelbaar verloopt, kun je de volgende tips gebruiken: Leer je hond een signaal geven waarmee hij duidelijk maakt dat hij zo nodig moet. De meeste honden worden onrustig net voor ze zich ontlasten. Merk je dat onrustige gedrag op, spoor hem dan aan tot een bepaald, voor jou herkenbaar gedrag; bijvoorbeeld blaffen aan de deur en geef hem dan dadelijk de kans om zich buiten te ontlasten, waarvoor je hem dan beloont. Maak geen gebruik van de krantenmethode. Menige hond die als puppy geleerd werd om zijn behoeftes op een krant te doen, blijft zijn hele leven de gewoonte hebben om het binnen te doen, zelfs als er geen kranten meer op de vloer liggen. Leer de hond zijn behoeftes doen op bevel. Als je in het begin, wanneer de puppy zich op de goede plaats ontlast, steeds hetzelfde woord herhaalt dan zal de hond vlug het verband zien. Als je daarna op een willekeurig moment en op een vreemde plaats dat bevel herhaalt, maak je veel kans dat de hond begrijpt wat je van hem verwacht. Observeer het natuurlijke ontlastingsgedrag van je hond. Al vlug zal je daarin een vast patroon ontdekken. De meeste honden ontlasten zich op vrijwel dezelfde tijdstippen van de dag of gecombineerd met bepaalde stimuli; bijvoorbeeld na eten of drinken. Hou tijdens de periode van zindelijkheidstraining rekening met de individuele aanleg van elke puppy. Zodra hij proper is, kun je geleidelijk zijn ontlastingspatroon veranderen.

Voorkomen is beter dan genezen

In het begin is het nodig dat een puppy zo vlug mogelijk zindelijk gemaakt wordt. Stel dat zeker nooit uit tot een latere datum. Een hond is immers een gewoontedier. Als een verkeerd gedrag een gewoonte geworden is, zal het nog moeizaam, en in sommige gevallen alleen met professionele hulp, veranderd kunnen worden. Het is daarom van groot belang dat wie van plan is een hond aan te schaffen zich ook de vraag stelt of hij over de nodige tijd beschikt om de puppy gedurende de eerste weken nooit langer dan een paar uur alleen te laten. Het is niet verwonderlijk dat een hond op volwassen leeftijd nog steeds onzindelijk is, als hij als puppy gedurende werkdagen 6 tot 8 uren alleen gelaten werd.

Tips:

Bij het zindelijk maken van een puppy moet je volgende regels in acht nemen:

- Een hond kan wel leren om zijn behoeftes op te houden, maar dat is niet onbeperkt. Een jonge puppy doet 5 tot 6 keer per dag een hoopje, terwijl een oudere hond voldoende heeft aan 2 tot 3 keer per dag.
- De meeste honden hebben de neiging om zich te ontlasten kort na het ontwaken. Dit is niet alleen ‘s morgens, maar ook na een slaapperiode overdag.
- Gewoonlijk voelen de meeste honden, binnen een half uur na het eten, een drang tot ontlasting. Puppy’s moeten na elke maaltijd de kans krijgen om een hoopje te doen.
- Volwassen honden willen 20 minuten na een grote drinkbeurt een plasje maken. Geef ze dus drinken voor je gaat wandelen. Puppy’ s plassen meestal dadelijk na hun drinkbeurt.
- Als een hond die normaal zindelijk is, plots opnieuw onzindelijk wordt, kan dat een aanwijzing zijn dat er fysiek iets niet in orde is met het dier. Bij diarree of verhoogde plasfrequentie kun je beter eerst een bezoekje brengen aan de dierenarts vooraleer je tot straffen of berispen overgaat.
- Een hond straffen heeft alleen zin als je hem op heterdaad betrapt. Hem straffen voor een gedrag dat reeds eerder gebeurd is, kan men terecht als dierenmishandeling beschouwen. Een hond weet dan immers niet meer waarom je hem straft.
- Een hond met zijn neus in zijn eigen uitwerpselen wrijven is dierenkwelling en heeft als enig resultaat dat de hond bang of agressief wordt.

Straf gebruiken om de hond proper te maken, heeft ook nog een ander nadeel. Als je hem NIET elke keer op heterdaad betrapt, leer je de hond alleen maar om het niet te doen als je in de buurt bent. Dat garandeert echter niet dat hij het niet ‘s nachts doet, of als je niet in zijn buurt bent. Hij heeft immers ondervonden dat hij op die manier aan de straf kan ontsnappen. Een ander nadeel kan trouwens zijn dat de hond niet meer durft te ontlasten terwijl je in zijn buurt bent. Hij zal zich bijgevolg ook buiten, zelfs tijdens een wandeling, niet meer durven ontlasten.

Een hond is een gewoontedier. Als je hem elke dag op hetzelfde uur zijn voer en drinken geeft en de daarbij horende ontlastingsmogelijkheid, dan wordt dat vlug een gewoonte. Op puppyleeftijd moet je ook in het weekend en op de vakantiedagen die gewoonte aanhouden.
Loopse teven en volwassen reuen plassen vaak en in kleine plasjes. Dat dient voornamelijk als geurafzetting.

Wormen en ontworming

Inleiding

De meeste honden zijn met wormen besmet. Wormen komen niet alleen voor in dichtbevolkte kennels, maar ook individueel gehuisveste dieren kunnen, zelfs al leven zij in de meest hygiënische omstandigheden, last hebben van wormen. In ons land komen tien tot twintig verschillende wormsoorten voor. Al die soorten, zowel de rondewormen als de lintwormen, zijn echte parasieten, ze leven volledig ten koste van hun gastheer, de hond.
Het voorkomen van een worminfectie is wegens de talrijke, vaak onzichtbare besmettingswegen zeer moeilijk. Een hond kan immers worden besmet door soortgenoten, door vlooien en luizen, via de bodem of gewoon door het eten van rauw vlees, vleesafval, ratten en muizen. Jonge hondjes hebben vaak al wormen van vóór de geboorte, omdat ze tijdens de dracht door het moederdier besmet worden.

Om drie belangrijke redenen hebben wij er alle belang bij onze gezelschapsdieren voor die parasieten te vrijwaren:

Alle wormsoorten zijn min of meer schadelijk voor honden. Niet zelden is een wormbesmetting fataal.

Honden besmetten zich met lintwormen onder andere door het eten van rauw vlees van koeien, schapen, varkens en paarden, waarin zich larvale tussenvormen bevinden. Het vlees en de organen van besmette dieren worden geheel of gedeeltelijk afgekeurd voor menselijke consumptie, wat belangrijke economische verliezen veroorzaakt.

Sommige wormen zijn een reëel gevaar voor de gezondheid van de mens. De hondenspoelworm (Toxocara Canis) kan ook de mens besmetten en oog- of hersenletsels veroorzaken. De hytaditecysten van Echinococcus, een lintworm die in onze streken gelukkig weinig voorkomt, kunnen zelfs dodelijk zijn.

Belang van wormbesmettingen bij honden

Wormen zijn schadelijk en komen voor bij alle soorten en leeftijdsgroepen van honden. Wel zijn er categorieën die meer besmet zijn dan anderen. Daarbij komt nog dat een bepaalde wormsoort hevig parasiteert bij de ene groep, terwijl ze bij de andere groep praktisch nooit gevonden wordt. Zo komt de zweepworm vaak voor in kennels, terwijl hij bij individuele gezelschapshonden eerder uitzonderlijk wordt aangetroffen.

Voorkomen van de voornaamste wormbesmettingen

Bij onbehandelde honden per leeftijdsgroep

Leeftijd Spoelworm Haakworm Zweepworm Lintworm
Dipylidium Taenia
Pups (6weken) $$$$ $$ 0 0 0
Jonge honden $$$ $$ * * *
Volwassen teven $$ $ $ $$ $
Volwassen reuen $ $ $ $$ $

$$$$ = komt voor bij meer dan 50 % van de dieren en is zeer schadelijk

$$$ = komt voor bij 20 tot 50 % van de dieren

$$ = komt voor bij 5 tot 20 % van de dieren

$ = komt voor bij 5 % van de dieren

* = komt slechts sporadisch voor

0 = komt niet voor

De spoelwormen: vijand nummer één

De bekendste wormsoorten bij de hond zijn de wit tot roodgele, ronde spoelwormen. Ze zijn in het midden dikker dan aan het uiteinde. De kop is in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij de lintwormen, niet duidelijk afgescheiden. Spoelwormen worden 0 tot 18 cm lang. Ze leven vrij in de dunne darm en voeden zich met de darminhoud.

De gevaarlijkste en belangrijkste spoelworm is ongetwijfeld de hondenspoelworm. De levenswijze van de hondenspoelworm is zeer ingewikkeld en verschilt naargelang het gaat om jonge, vrouwelijke of mannelijke honden. De drachtige teef is de belangrijkste besmettingsbron. Vrijwel iedere jonge hond wordt vóór de geboorte door het moederdier besmet met hondenspoelwormen. Daarnaast worden jonge honden na de geboorte ook nog besmet via de moedermelk of door het oplikken van wormeieren of larven die afkomstig zijn van andere jongen of van het moederdier.

Spoelwormen veroorzaken de grootste schade bij jonge honden. De massa spoelwormen verstopt en beschadigt de darm of doet hem zelfs scheuren. Soms verstoppen ze het galkanaal en veroorzaken geelzucht. Niet zelden zal een zware besmetting de dood van het jonge dier tot gevolg hebben. De rondtrekkende larven beschadigen de lever en de longen. Larven kunnen in de hersenen terechtkomen, waardoor epilepsieaanvallen of andere zenuwstoornissen ontstaan.

Met spoelwormen besmette jonge honden en pups:
- hoesten veel, vooral de eerste dagen na de besmetting, wegens de irriterende larven in hun longen.
- braken veel, soms zitten zelfs wormen in het braaksel.
- zijn mager.
- hebben een doffe pels.
- hebben een dikke opgezwollen buik.
- hebben een onregelmatige eetlust.
- hebben last van diarree.
- vertonen soms zelfs stoornissen met epilepsievormen

De hondenspoelworm is ook een gevaar voor kinderen!
Het besmettelijke wormei van de hondenspoelworm kan ook aanslaan bij andere zoogdieren zoals varkens, ratten, muizen en de mens. Voor kleine kinderen en in mindere mate voor volwassenen, betekenen honden met spoelwormen een mogelijk besmettingsgevaar. Kinderen spelen immers met hun hondje, ze laten zich likken, strelen het dier en stoeien ermee.

De wormeieren kleven aan de handjes van de kinderen. Zodra een besmettelijk wormei in de mond en vandaar in de darm terechtkomt, komt de larve vrij, doorboort de darmwand en bereikt de bloedsomloop. Via de lever en het hart wordt de larve met de grote bloedsomloop rondgestuurd. Zo kan een larve in principe in elk orgaan terechtkomen en er zich inkapselen. Soms nestelt ze zich in de hersenen, de longen, het hart of het oog.

Niet-ontwormde honden betekenen dan ook een potentieel gevaar voor kinderen, dat alleen door een systematische ontworming tot een minimum kan worden beperkt.

De zweepworm, een plaag in kennels

De zweepworm leeft in de dikke darm, bij voorkeur in de blinde darm van de hond. Deze worm heeft de typische vorm van een zweep. Het voorste deel is lang en draadvormig, terwijl het achterste deel korter en dikker is. Het voorste, draadvormige gedeelte ligt ingebed in het slijmvlies van de darm, het achterste gedeelte hangt vrij in de darmholte. De worm is 4 tot 7 cm lang. Soms kunnen in één gastheer honderden zweepwormen voorkomen. De zweepworm kan bij jonge honden een periodieke, soms zelfs hevige en bloederige diarree veroorzaken. Wegens de grote weerstand van de wormeieren is de zweepworm vooral een probleem in kennels, waar de hygiëne onvoldoende is. Vermagering, diarree en bloedarmoede vormen er de hoofdproblemen.

De haakworm, gevaarlijke bloedzuigers

De haak- of mijnworm leeft bij de hond in de dunne darm. Hij heeft aan zijn mondopening snijdende haakjes of plaatjes, waarmee hij kleine insnijdingen en wondjes maakt in de dunne darm. De worm is zeer klein en moeilijk zichtbaar met het blote oog. De haakworm kan dodelijk zijn voor pups. Met hun haakjes en tandjes veroorzaken de haakwormen wondjes in de bloedvaten. Ze zuigen bloed op, soms zelfs veel meer dan noodzakelijk is voor hun eigen voeding, zodat het onverteerd door de worm passeert en de kleine wondjes blijven bloeden. Dat verklaart de soms bloederige diarree en de vaak voorkomende bloedarmoede. In sommige kennels is het een algemeen voorkomende wormziekte, die kennelanemie genoemd wordt. Iedere haakworm zuigt 0,12 ml bloed per dag op. Een hond met 100 haakwormen zal dus nagenoeg 12 ml bloed per dag verliezen.

De lintwormen, veroorzaken economische schade

Bij honden parasiteren verschillende lintwormsoorten. Voor hun ontwikkeling hebben ze een tussengastheer nodig. De tussengastheer voor de Taenia lintwormen is een zoogdier. Voor de hondenlintworm is dat een haas, konijn of een economisch belangrijk zoogdier zoals een rund, schaap, varken of paard. De Dipylidium lintworm heeft bij de hond een luis of vlo als tussengastheer. De lintworm heeft een duidelijk afgescheiden kop, met haken en zuignappen. De eigenlijke worm bestaat uit een keten van segmenten, die achter de kop steeds verder aangroeien. De rijpe schakels achteraan vallen af en worden met de uitwerpselen uitgedreven. Iedere rijpe schakel is een soort kapsel, dat volgepropt zit met duizenden wormeieren. Een dier dat slechts met enkele lintwormen besmet is, ondervindt daar meestal niet veel hinder van. Alleen worden af en toe rijpe segmenten als kleine witte vlokjes in de uitwerpselen aangetroffen. Bij een zware besmetting worden de dieren mager, ze hebben last van een slechte spijsvertering en diarree. De grootste schade wordt echter veroorzaakt bij alle mogelijke tussengastheren. Het vlees van koeien, schapen, paarden en varkens dat besmet is met vinnen of blaaswormen, kan gedeeltelijk worden afgekeurd voor menselijke consumptie.

HONDEN WORMVRIJ HOUDEN

Honden vrij houden van wormen is alleen mogelijk door het naleven van een aantal strikte maatregelen en door een systematische behandeling met een goed ontwormingsmiddel.

Voorzorgsmaatregelen

Algemeen

Er zou geen enkele hond en zeker geen pups verkocht mogen worden zonder de garantie dat ze wormvrij zijn.
Geef de hond geen rauw vlees of vleesafval van varkens, runderen of schapen, tenzij het vrij is van lintwormvinnen door langdurig diepvriezen bij -32 ° C of door sterilisatie.
Zandbakken, vooral op publieke plaatsen, zouden regelmatig van nieuw zand moeten worden voorzien of eventueel moeten worden afgedekt zodat honden er niet in kunnen. Laat geen kinderen toe in het hondenhok. Laat niet toe dat kinderen contact hebben met een teef met nestjongen.

Hygiëne

Iedere dag de hokken proper maken, verwijder zorgvuldig de uitwerpselen van de hond uit het hok en ook uit de tuin. De ligmandjes, voederbakjes en drinkbakjes moeten grondig worden gereinigd. Houd de hondenhokken zo droog mogelijk.
Leer de hond op dezelfde plaats zijn behoeften te doen.
Houd de hond vrij van luizen en vlooien.
Houd kennels zo veel mogelijk vrij van insecten.
Geregeld ontwormen een noodzaak
De hond geregeld ontwormen met een actief en volledig veilig wormmiddel is noodzakelijk, omdat een dier dat vandaag wormvrij is, zich morgen opnieuw kan besmetten. De wormbestrijding is afhankelijk van de wormsoort en het besmette dier.
Het volgende, algemene ontwormingsschema geeft u een maximale garantie dat u uw hond wormvrij kunt houden.

Ontwormingsschema

PUPS
- Vanaf de 8 ste dag
- Op 6 weken

JONGE HONDEN
- Voor een vaccinatie

- Daarna om de 2 tot 3 maanden

TEVEN
- Tijdens de bronstperiode

- 10 dagen voor het werpen

- 8 tot 10 dagen na het werpen van de pups

REUEN EN VOLWASSEN DIEREN

- 3 tot 4 maal per jaar

Registratie

De identificatie en registratie van honden:
- een verplichting vanaf 1 september 1998

Voortaan dienen alle honden die geboren zijn na 1 september 1998 (voor de leeftijd van 4 maanden) en alle honden die van eigenaar veranderen na 01.09.1998 geïdentificeerd en geregistreerd te worden. (K.B. 17.11.1994 gewijzigd door K.B. 19.08.1998).

Concreet betekent dit:
- indien een hond bij u thuis geboren is en indien u deze hond wil houden, u hem moet laten identificeren en registreren voor de leeftijd van 4 maanden
- indien u een hond wil verkopen of weggeven, u deze hond moet laten identificeren, ongeacht de leeftijd van de hond
- indien u een hond koopt of krijgt, deze hond vooraf geïdentificeerd moet zijn en men u het identificatie- en registratiedocument moet meegeven

Hoe laat u een hond identificeren?

U hebt de keuze tussen twee methodes om u hond te laten identificeren:
- ofwel door middel van tatoeage. Om een hond te laten tatoeëren moet u zich wenden tot een erkende vereniging voor tatoeage of bij een dierenarts.
- ofwel door middel van een microchip. In dit geval moet u zich uitsluitend wenden tot dierenartsen. Enkel zij mogen microchips inplanten.

Hoe laat u een hond registreren?

De persoon, tatoeëerder of dierenarts, die de identificatie van uw hond heeft uitgevoerd, stuurt alle documenten naar de Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden (B.V.I.R.H.). U moet dus zelf niets doen.
Binnen een termijn van maximum drie weken na de identificatie van uw hond ontvangt u per post een document als bewijs van de identificatie en registratie van uw hond. Op dit document worden al uw gegevens en deze van uw hond vermeld.
Dit document wordt beschouwd als de identiteitskaart van uw hond en moet zorgvuldig bewaard worden.

Wat gebeurt er als de hond van eigenaar verandert?

Ter herinnering: Indien een hond nog niet officieel geïdentificeerd en geregistreerd is, d.w.z. als de hond niet over een identificatie- en registratiedocument van de B.V.I.R.H. beschikt, mag het dier niet van eigenaar veranderen. Kortom geen enkele verandering mag gebeuren vooraleer deze verplichtingen nagekomen zijn.
Het identificatie- en registratiedocument van de hond omvat twee luiken.

Bij overdracht van de hond aan de nieuwe eigenaar (overnemer) moet de huidige eigenaar:
- het bovenste luik van het document aan de overnemer geven
- het onderste luik invullen met de gegevens van de overnemer en dit terugsturen naar de B.V.I.R.H.

De nieuwe eigenaar zal binnen een termijn van maximum drie weken van de B.I.V.R.H. een nieuw identificatie- en registratiedocument met zijn eigen gegevens ontvangen.

Wat moet u doen als u verhuist?

U stuurt gewoon het onderste gedeelte van het identificatie- en registratiedocument met de nieuwe gegevens naar de B.V.I.R.H. die binnen een termijn van 3 weken een nieuw document zal opsturen met de vermelding van uw nieuw adres.

Wat gebeurt er als uw hond overlijdt?

In dat geval moet u het onderste luik van het identificatiedocument terugsturen naar het B.V.I.R.H., met de vermelding van de overlijdensdatum.
Indien uw hond voor 1 september 1998 werd geïdentificeerd en u over geen identificatie- en registratiedocument beschikt, afgeleverd door de B.V.I.R.H., stuurt u een brief naar de B.V.I.R.H. zonder betaling maar met vermelding van uw naam en adres, het identificatienummer van de hond en de overlijdensdatum.

Wat moet u doen als uw hond geïdentificeerd werd voor 1 september 1998 maar nog geen identificatie- en registratiedocument door de B.V.I.R.H. werd afgeleverd?

- Als u niet verhuist of als u uw hond niet weggeeft of verkoopt, is er geen enkele formaliteit nodig. Voor zover u gegevens en deze van uw hond opgenomen waren in een bestaand register, zullen deze automatisch in het centraal register overgenomen worden. Zo kan u geïdentificeerd worden indien uw verloren hond teruggevonden wordt.

- Als u verhuist of uw hond wenst weg te geven of te verkopen, moet het dier geregistreerd worden door de B.V.I.R.H. Daartoe moet u uw gegevens evenals die van uw hond, en niet te vergeten het identificatienummer, per brief naar de B.V.I.R.H. sturen. Deze formaliteit kost 200 BEF. U kan betalen met een cheque of een overschrijving.

Wat kost de identificatie en de registratie van uw hond?

De prijs van de tatoeëring of voor het aanbrengen van een microchip wordt bepaald door de verantwoordelijke van de ingreep (tatoeëerder of dierenarts). De prijs is dus niet vastgelegd in de reglementering en komt bovenop de hieronder vermelde basisprijs van de registratie.

De prijs voor de registratie van de gegevens is vastgelegd als volgt:
- 500 BEF voor een hond die voor de eerste keer wordt geregistreerd. Dit bedrag wordt aan de B.V.I.R.H. betaald door de persoon die de identificatie verricht (tatoeëerder of dierenarts). U moet dus dit bedrag aan deze persoon en niet aan de B.V.I.R.H. betalen.
- 200 BEF voor de registratie door de B.V.I.R.H. van de hond die reeds voor 1 september 1998 werd geïdentificeerd maar die nog niet geregistreerd is bij de B.V.I.R.H.

Dit bedrag is maar één keer verschuldigd, zolang de hond leeft.

Concreet: als de hond reeds beschikt over en identificatie- en registratiedocument afgeleverd door de B.V.I.R.H., zal u niets meer moeten betalen voor verdere wijzigingen van uw gegevens (verhuis) of van de gegevens van uw hond (verkoop of schenking).

Belgische Vereniging voor Identificatie- en registratie van Honden (B.V.I.R.H.)

Postbus 168

1060 BRUSSEL

Tel: 070/22.24.45

Kleine zonde met ernstige gevolgen!

Veel vragen komen er van mensen over het geven van chocolade (menselijke consumptie) aan honden. Leest u onderstaand stukje eens goed en oordeel zelf of u uw hond chocolade blijft geven.

Chocolade kan hartritmestoornissen geven. Dat komt door de stof theobromine dat in cacaoboter is verwerkt. Dit stofje zet de nieren aan tot extra productie. In grotere hoeveelheden kan dit verlammend werken op de hartspier. De hond is erg gevoelig voor theobromine. Een dosis van 100-200 mg per kilogram lichaamsgewicht is voor onze hond dodelijk. Een reep melkchocolade bevat al 155 à 232 mg theobromine en een reep pure chocolade bevat al bijna 1600 mg. Dus twee stukjes pure chocolade kan voor bijvoorbeeld een Chihuahua al dodelijk zijn. Bovendien is het geven van chocolade, zelfs in kleine hoeveelheden, af te raden. Er zit zoveel suiker en vet in dat u beter kan kiezen voor een brokje van zijn eigen voedsel of vetvrije koekjes.

U doet uw viervoeter méér plezier door hem geen menselijk snoep of snacks te geven, dan dat u toegeeft aan zijn smekende blik. Het bedelen kan u afleren door meer routine te brengen in de situaties.

Geef hem altijd zijn maaltijd pas nadat u gegeten heeft. Dit is in de natuur ook zo. Als er bezoek is of u snoept zelf lekker iets, heeft hij in principe niets te zoeken in uw buurt, hij moet in zijn mandje blijven liggen. Als u één keer toegeeft en dan tien keer niet, zal uw hond nog gretiger zijn best doen om te bedelen, u past namelijk onbewust positieve bekrachtiging toe.