Wormen en ontworming

Inleiding

De meeste honden zijn met wormen besmet. Wormen komen niet alleen voor in dichtbevolkte kennels, maar ook individueel gehuisveste dieren kunnen, zelfs al leven zij in de meest hygiënische omstandigheden, last hebben van wormen. In ons land komen tien tot twintig verschillende wormsoorten voor. Al die soorten, zowel de rondewormen als de lintwormen, zijn echte parasieten, ze leven volledig ten koste van hun gastheer, de hond.
Het voorkomen van een worminfectie is wegens de talrijke, vaak onzichtbare besmettingswegen zeer moeilijk. Een hond kan immers worden besmet door soortgenoten, door vlooien en luizen, via de bodem of gewoon door het eten van rauw vlees, vleesafval, ratten en muizen. Jonge hondjes hebben vaak al wormen van vóór de geboorte, omdat ze tijdens de dracht door het moederdier besmet worden.

Om drie belangrijke redenen hebben wij er alle belang bij onze gezelschapsdieren voor die parasieten te vrijwaren:

Alle wormsoorten zijn min of meer schadelijk voor honden. Niet zelden is een wormbesmetting fataal.

Honden besmetten zich met lintwormen onder andere door het eten van rauw vlees van koeien, schapen, varkens en paarden, waarin zich larvale tussenvormen bevinden. Het vlees en de organen van besmette dieren worden geheel of gedeeltelijk afgekeurd voor menselijke consumptie, wat belangrijke economische verliezen veroorzaakt.

Sommige wormen zijn een reëel gevaar voor de gezondheid van de mens. De hondenspoelworm (Toxocara Canis) kan ook de mens besmetten en oog- of hersenletsels veroorzaken. De hytaditecysten van Echinococcus, een lintworm die in onze streken gelukkig weinig voorkomt, kunnen zelfs dodelijk zijn.

Belang van wormbesmettingen bij honden

Wormen zijn schadelijk en komen voor bij alle soorten en leeftijdsgroepen van honden. Wel zijn er categorieën die meer besmet zijn dan anderen. Daarbij komt nog dat een bepaalde wormsoort hevig parasiteert bij de ene groep, terwijl ze bij de andere groep praktisch nooit gevonden wordt. Zo komt de zweepworm vaak voor in kennels, terwijl hij bij individuele gezelschapshonden eerder uitzonderlijk wordt aangetroffen.

Voorkomen van de voornaamste wormbesmettingen

Bij onbehandelde honden per leeftijdsgroep

Leeftijd Spoelworm Haakworm Zweepworm Lintworm
Dipylidium Taenia
Pups (6weken) $$$$ $$ 0 0 0
Jonge honden $$$ $$ * * *
Volwassen teven $$ $ $ $$ $
Volwassen reuen $ $ $ $$ $

$$$$ = komt voor bij meer dan 50 % van de dieren en is zeer schadelijk

$$$ = komt voor bij 20 tot 50 % van de dieren

$$ = komt voor bij 5 tot 20 % van de dieren

$ = komt voor bij 5 % van de dieren

* = komt slechts sporadisch voor

0 = komt niet voor

De spoelwormen: vijand nummer één

De bekendste wormsoorten bij de hond zijn de wit tot roodgele, ronde spoelwormen. Ze zijn in het midden dikker dan aan het uiteinde. De kop is in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij de lintwormen, niet duidelijk afgescheiden. Spoelwormen worden 0 tot 18 cm lang. Ze leven vrij in de dunne darm en voeden zich met de darminhoud.

De gevaarlijkste en belangrijkste spoelworm is ongetwijfeld de hondenspoelworm. De levenswijze van de hondenspoelworm is zeer ingewikkeld en verschilt naargelang het gaat om jonge, vrouwelijke of mannelijke honden. De drachtige teef is de belangrijkste besmettingsbron. Vrijwel iedere jonge hond wordt vóór de geboorte door het moederdier besmet met hondenspoelwormen. Daarnaast worden jonge honden na de geboorte ook nog besmet via de moedermelk of door het oplikken van wormeieren of larven die afkomstig zijn van andere jongen of van het moederdier.

Spoelwormen veroorzaken de grootste schade bij jonge honden. De massa spoelwormen verstopt en beschadigt de darm of doet hem zelfs scheuren. Soms verstoppen ze het galkanaal en veroorzaken geelzucht. Niet zelden zal een zware besmetting de dood van het jonge dier tot gevolg hebben. De rondtrekkende larven beschadigen de lever en de longen. Larven kunnen in de hersenen terechtkomen, waardoor epilepsieaanvallen of andere zenuwstoornissen ontstaan.

Met spoelwormen besmette jonge honden en pups:
– hoesten veel, vooral de eerste dagen na de besmetting, wegens de irriterende larven in hun longen.
– braken veel, soms zitten zelfs wormen in het braaksel.
– zijn mager.
– hebben een doffe pels.
– hebben een dikke opgezwollen buik.
– hebben een onregelmatige eetlust.
– hebben last van diarree.
– vertonen soms zelfs stoornissen met epilepsievormen

De hondenspoelworm is ook een gevaar voor kinderen!
Het besmettelijke wormei van de hondenspoelworm kan ook aanslaan bij andere zoogdieren zoals varkens, ratten, muizen en de mens. Voor kleine kinderen en in mindere mate voor volwassenen, betekenen honden met spoelwormen een mogelijk besmettingsgevaar. Kinderen spelen immers met hun hondje, ze laten zich likken, strelen het dier en stoeien ermee.

De wormeieren kleven aan de handjes van de kinderen. Zodra een besmettelijk wormei in de mond en vandaar in de darm terechtkomt, komt de larve vrij, doorboort de darmwand en bereikt de bloedsomloop. Via de lever en het hart wordt de larve met de grote bloedsomloop rondgestuurd. Zo kan een larve in principe in elk orgaan terechtkomen en er zich inkapselen. Soms nestelt ze zich in de hersenen, de longen, het hart of het oog.

Niet-ontwormde honden betekenen dan ook een potentieel gevaar voor kinderen, dat alleen door een systematische ontworming tot een minimum kan worden beperkt.

De zweepworm, een plaag in kennels

De zweepworm leeft in de dikke darm, bij voorkeur in de blinde darm van de hond. Deze worm heeft de typische vorm van een zweep. Het voorste deel is lang en draadvormig, terwijl het achterste deel korter en dikker is. Het voorste, draadvormige gedeelte ligt ingebed in het slijmvlies van de darm, het achterste gedeelte hangt vrij in de darmholte. De worm is 4 tot 7 cm lang. Soms kunnen in één gastheer honderden zweepwormen voorkomen. De zweepworm kan bij jonge honden een periodieke, soms zelfs hevige en bloederige diarree veroorzaken. Wegens de grote weerstand van de wormeieren is de zweepworm vooral een probleem in kennels, waar de hygiëne onvoldoende is. Vermagering, diarree en bloedarmoede vormen er de hoofdproblemen.

De haakworm, gevaarlijke bloedzuigers

De haak- of mijnworm leeft bij de hond in de dunne darm. Hij heeft aan zijn mondopening snijdende haakjes of plaatjes, waarmee hij kleine insnijdingen en wondjes maakt in de dunne darm. De worm is zeer klein en moeilijk zichtbaar met het blote oog. De haakworm kan dodelijk zijn voor pups. Met hun haakjes en tandjes veroorzaken de haakwormen wondjes in de bloedvaten. Ze zuigen bloed op, soms zelfs veel meer dan noodzakelijk is voor hun eigen voeding, zodat het onverteerd door de worm passeert en de kleine wondjes blijven bloeden. Dat verklaart de soms bloederige diarree en de vaak voorkomende bloedarmoede. In sommige kennels is het een algemeen voorkomende wormziekte, die kennelanemie genoemd wordt. Iedere haakworm zuigt 0,12 ml bloed per dag op. Een hond met 100 haakwormen zal dus nagenoeg 12 ml bloed per dag verliezen.

De lintwormen, veroorzaken economische schade

Bij honden parasiteren verschillende lintwormsoorten. Voor hun ontwikkeling hebben ze een tussengastheer nodig. De tussengastheer voor de Taenia lintwormen is een zoogdier. Voor de hondenlintworm is dat een haas, konijn of een economisch belangrijk zoogdier zoals een rund, schaap, varken of paard. De Dipylidium lintworm heeft bij de hond een luis of vlo als tussengastheer. De lintworm heeft een duidelijk afgescheiden kop, met haken en zuignappen. De eigenlijke worm bestaat uit een keten van segmenten, die achter de kop steeds verder aangroeien. De rijpe schakels achteraan vallen af en worden met de uitwerpselen uitgedreven. Iedere rijpe schakel is een soort kapsel, dat volgepropt zit met duizenden wormeieren. Een dier dat slechts met enkele lintwormen besmet is, ondervindt daar meestal niet veel hinder van. Alleen worden af en toe rijpe segmenten als kleine witte vlokjes in de uitwerpselen aangetroffen. Bij een zware besmetting worden de dieren mager, ze hebben last van een slechte spijsvertering en diarree. De grootste schade wordt echter veroorzaakt bij alle mogelijke tussengastheren. Het vlees van koeien, schapen, paarden en varkens dat besmet is met vinnen of blaaswormen, kan gedeeltelijk worden afgekeurd voor menselijke consumptie.

HONDEN WORMVRIJ HOUDEN

Honden vrij houden van wormen is alleen mogelijk door het naleven van een aantal strikte maatregelen en door een systematische behandeling met een goed ontwormingsmiddel.

Voorzorgsmaatregelen

Algemeen

Er zou geen enkele hond en zeker geen pups verkocht mogen worden zonder de garantie dat ze wormvrij zijn.
Geef de hond geen rauw vlees of vleesafval van varkens, runderen of schapen, tenzij het vrij is van lintwormvinnen door langdurig diepvriezen bij -32 ° C of door sterilisatie.
Zandbakken, vooral op publieke plaatsen, zouden regelmatig van nieuw zand moeten worden voorzien of eventueel moeten worden afgedekt zodat honden er niet in kunnen. Laat geen kinderen toe in het hondenhok. Laat niet toe dat kinderen contact hebben met een teef met nestjongen.

Hygiëne

Iedere dag de hokken proper maken, verwijder zorgvuldig de uitwerpselen van de hond uit het hok en ook uit de tuin. De ligmandjes, voederbakjes en drinkbakjes moeten grondig worden gereinigd. Houd de hondenhokken zo droog mogelijk.
Leer de hond op dezelfde plaats zijn behoeften te doen.
Houd de hond vrij van luizen en vlooien.
Houd kennels zo veel mogelijk vrij van insecten.
Geregeld ontwormen een noodzaak
De hond geregeld ontwormen met een actief en volledig veilig wormmiddel is noodzakelijk, omdat een dier dat vandaag wormvrij is, zich morgen opnieuw kan besmetten. De wormbestrijding is afhankelijk van de wormsoort en het besmette dier.
Het volgende, algemene ontwormingsschema geeft u een maximale garantie dat u uw hond wormvrij kunt houden.

Ontwormingsschema

PUPS
– Vanaf de 8 ste dag
– Op 6 weken

JONGE HONDEN
– Voor een vaccinatie

– Daarna om de 2 tot 3 maanden

TEVEN
– Tijdens de bronstperiode

– 10 dagen voor het werpen

– 8 tot 10 dagen na het werpen van de pups

REUEN EN VOLWASSEN DIEREN

– 3 tot 4 maal per jaar